MENU
Nieuws plaatsen

Nieuwstip: redactie@gaellemuun.nl |  WeTransfer |       


Donderdag 3 december 2020 Algemeen:


Klasien Hoekman-Fuite

Enthousiaste en niet weg te denken vrijwilligster in de Gaellemuniger samenleving

Genemuiden - Onder vrijwilligerswerk wordt verstaan  ‘werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving’. 

Uit gegevens van het CBS blijkt dat bijna 50%  van de bevolking zich minstens één keer per jaar als vrijwilliger inzet voor een organisatie of vereniging en besteedt daar gemiddeld 4,5 uur per week aan. 

Nederland zou er heel anders uitzien zonder vrijwilligers. Sporten wordt onbetaalbaar, hobbyclubs zouden ophouden te bestaan, musea zouden moeten sluiten en veel mensen zouden in een sociaal isolement belanden. Ook liefdadigheidsinstellingen zouden het heel erg moeilijk hebben.

Veel non-profit organisaties, clubs, liefdadigheidsinstellingen, stichtingen, verenigingen, scholen, musea  en ga zo maar even door, zijn aangewezen op en grotendeels afhankelijk van vrijwilligers, die zich hiervoor belangeloos inzetten. Overheidsgelden worden steeds meer gekort of de kraan wordt helemaal dicht gedraaid en dus is er weinig geld om de boel draaiende te houden, laat staan om betaalde krachten in te huren. De meeste organisaties moeten overwegend hun eigen broek ophouden.

Klasien Hoekman-Fuite is zo’n gedreven vrijwilligster, die zich inzet en heeft ingezet voor allerlei organisaties. Ik heb met haar afgesproken in ’t Olde Staduus, waar zij een paar keer per week te vinden is. Klasien is bescheiden over haar werk als vrijwilligster en ze was zelfs een klein beetje zenuwachtig voor dit interview zei ze. Bovendien was ze een beetje  bang dat het verhaal niet heel interessant zou worden. Maar al snel begon ze vrijuit en enthousiast te vertellen over haar werk als vrijwilligster en de dingen die ze heeft mee gemaakt. 

Wat zouden we in Nederland zonder haar en al die andere vrijwilligers moeten. Lees mee met haar verhaal.

Je doet veel vrijwilligerswerk, wat doe je allemaal en kun je iets vertellen over de taken die je voor de verschillende organisaties doet.

Ik ben inmiddels al wel met een aantal dingen gestopt, o.a. met SCEG. Met hen heb ik  tien keer Genemusiment georganiseerd, maar op een gegeven moment moet je de ruimte geven aan de jonge garde en dat heb ik gedaan,

Ik pas  ook nog 2 à 3 dagen in de week op  mijn kleinkinderen en dat wordt dan allemaal  net even te veel. Ik doe dus nu nog wel veel voor ’t Olde Staduus en dat wil ik graag zo lang mogelijk blijven doen.

In t’Olde Staduus geef ik o.a. leiding aan de winkel en ik sta er ook af en toe zelf. Verder heb ik het beheer over de verhuur van de zalen en maak afspraken met mensen over welke ruimte ze willen huren, hoe lang en waarvoor etc.  

Verder doe ik nog wat dingetjes voor de Oudheidskamer, ik breng meestal de boekjes rond. Ook ben ik actief ben bij het Toeristisch Informatie Punt Genemuiden, ik vind het leuk om mensen wetenswaardigheden over Genemuiden te vertellen. 

In t’Olde Staduus werken we met een ploeg van ongeveer 18 à 20 personen en er zijn iedere dag, zes dagen per week,  twee personen aanwezig, ook in de winkel. De  bodes zijn  verantwoordelijk voor bepaalde zaken, ze sluiten bijvoorbeeld het gebouw af, er is iemand verantwoordelijk voor de verwarming en als we bijvoorbeeld lekkage hebben, dan komt er weer iemand anders in beeld. Zo heeft iedereen zijn taken. Op het moment hebben we wat ziekte, het is daardoor voor ons allemaal wat drukker, maar iedereen staat gewoon klaar en dat is heel fijn. Het is een hele leuke ploeg en we kunnen gewoon altijd op elkaar bouwen, het komt altijd goed.

Hoeveel uren besteed je per week/dag aan vrijwilligerswerk?

Dat is moeilijk te zeggen, in de winkel heb je vaste tijden maar ik ben ook een beetje een flexwerker, thuis doe ik ook nog wel dingen. In totaal kom ik toch wel snel op een uur of acht à tien uur per week. 

Wat is je drijfveer om vrijwilligerswerk te doen?

Één reden is natuurlijk dat ik graag iets te doen heb en niet altijd thuis wil zitten. Maar eigenlijk is het mij van jongs af aan met de paplepel ingegoten,  mijn moeder deed ook vrijwilligerswerk  en zo ben ik er  ingerold.

Als 16-jarig meisje ben ik bij de gemeente begonnen. Samen met een groep vriendinnen bedachten we zelf dingen  die we konden doen voor de samenleving en zijn toen begonnen met  een actie voor de Sahel landen, die werd georganiseerd in het  Oude Weeshuis. Zo ontstond bijvoorbeeld  ook de jeugdclub de Geuzen en Joffers.  De jongens die destijds naar de kweekschool gingen moesten een club oprichten en dat helemaal uitwerken voor hun scriptie. Daar kwam uiteindelijk ook de oprichting van het jeugdwerk uit voort. Ik was ook één van de medeoprichters van de Overtoom, waar natuurlijk veel bijeenkomsten plaatsvonden.

Ik vind het leuk om met mensen samen te werken, samen dingen bedenken,  samen de boel op gang te brengen en iets te kunnen betekenen voor anderen. 

Heb je een voorkeur voor een bepaald soort vrijwilligerswerk?

Het fijnste vind ik nu om dingen te doen. Niet meer hoeven nadenken over zaken zoals bijvoorbeeld het Genemusiment, je moet dan een thema bedenken, het moet allemaal uitgevoerd worden, je moet op pad, stukken voor de kranten schrijven etc. Dat doe je natuurlijk niet alleen , maar het is wel intensief. Maar dat heb ik een beetje gehad en  de kar trekken wil ik ook niet meer. Ik heb liever dat ze me vragen om te stofzuigen dan iets te schrijven voor de krant. Soms is het ook gewoon goed en moet je andere dingen doen. 

Was je altijd al sociaal bewogen?

Zo ben ik opgevoed, je moet altijd kijken  wat een ander nodig heeft en waar je kunt helpen. Dat wat ik nu doe is natuurlijk niet alleen maar anderen helpen, ik doe het ook voor mijn eigen plezier. Maar je moet sowieso plezier hebben in dingen, anders doe je ze niet goed. 

Wat zijn je mooiste ervaringen?

Toen mijn moeder overleed in 2005, wat natuurlijk een hele verdrietige ervaring was, kwam ik met vluchtelingenwerk in aanraking en kon zo het gat opvullen dat mijn moeder naliet. Het heeft misschien zo moeten zijn. Ik was altijd al wel goed met cijfers en boekhouding, dat  ligt me goed en ik hielp daarom bij vluchtelingenwerk ook veel met de financiën. Ik kwam daar een moeder tegen met drie kindertjes en die wist in haar armoede met mijn hulp nog wat geld te sparen en ik was wel erg trots op haar.

Het vluchtelingenwerk was wel een hele intensieve tijd en ik denk daar best veel aan terug. Pas geleden kreeg ik een telefoontje van een man uit Hasselt, waarvoor ik de belastingzaken deed, om me te vertellen dat hij vader geworden was. Dat ze je dan toch weer weten te vinden, vind ik zo fantastisch.

In het AZC in Hasselt deed ik jongerenspreekuur en daar kwam altijd een jongen, die kindsoldaat was geweest.  Hij had op jonge leeftijd al zo veel meegemaakt in het leven, dat ik me afvraag me af of het ooit nog goed is gekomen met hem of zelfs goed kon komen. Dat zijn heftige dingen, hij kwam trouwens altijd als laatste op het spreekuur en als ik dan naar huis reed kon ik alles een beetje op een rijtje zetten.

Er was ook eens een meisje uit Afghanistan in het AZC, dat gescheiden was van haar familie. Tijdens invallen in Kabul werden zij en haar ouders uit elkaar gerukt omdat haar ouders op bezoek waren bij familie. Uiteindelijk belandde het meisje in Hasselt  en de moeder was in Duitsland terecht gekomen. Met een groepje vrijwilligers hadden we al stoute plannen gesmeed om het meisje achter in de auto over de grens te smokkelen en haar naar haar moeder te brengen. Gelukkig werden ze voor die tijd nog herenigd en hoefde we geen wilde capriolen uit te halen.

Met wie zou je een dagje willen ruilen?

Ik zou niet speciaal met iemand willen ruilen. Eigenlijk had ik ook wel graag voor maatschappelijk werker willen studeren, maar toen ik mijn man ontmoette, we trouwden en kinderen kregen, kwam het daar niet van.

Later tijdens het vluchtelingenwerk had ik  daar waarschijnlijk wel heel veel profijt van kunnen hebben. Ook heb ik in mijn loopbaan te maken gehad met jongeren  met beperkingen, maar ook daarvoor heb ik nooit specifiek een opleiding gevolgd en dat had ik ook wel graag willen doen.

In ’t Olde Staduus doe ik wel dingen samen met jongeren met beperkingen, ze helpen me met bijvoorbeeld huwelijken, ze  leggen dan de rode loper uit en rollen deze later weer op, ze maken de trouwzaal in orde etc. Dat is leuk wel heel leuk hoor!

Dus ik zou niet specifiek met iemand willen ruilen, maar wel met iemands baan als maatschappelijk werkster. 

Wat betekenen normen en waarden voor jou?

Ik probeer mezelf gewoon goed te gedragen . We wonen in een kleine gemeenschap en ik probeer ook altijd rekening te houden met anderen. Je moet iedereen in z’n eigen waarde laten, respect voor mensen hebben die anders denken en als je dat op een goede manier doet, dan hebben de mensen ook respect voor jou. 

Je bent geboren en getogen in Genemuiden?

Ja dat klopt. Mijn man komt uit een vissersfamilie en ik uit een boerenfamilie. Ik heb wel een tijdje in Steenwijk gewerkt,  mijn man zat in het muziekvak en heeft in Zwartsluis gewerkt op o.a. een school en samen zijn we vanuit Zwartsluis naar Hasselt aan de gracht verhuisd. Toen mijn vader overleed gingen we  wel vaak naar Genemuiden en uiteindelijk zijn we toch weer naar Genemuiden verhuisd. Ik heb daar nooit spijt van gehad, wij wonen hier al weer 29 jaar en het bevalt prima. 

Vertel eens iets over je jeugd, wat voor kind was je?

Ik heb een heel normale jeugd gehad, ik speelde veel buiten met vriendjes en vriendinnetjes, maar ik hielp ook thuis op de boerderij. 

Welke scholen heb je bezocht?

In ben naar de hervormde school in de Pr. Julianastraat geweest en vervolgens naar de Mulo in Kampen.  Daarna heb ik een tijdje gewerkt en ben op 27-jarige leeftijd naar  de sociale academie in Hengelo gegaan.

Wat ben je na je schooltijd gaan doen?

We waren met drie meiden thuis en we moesten allemaal iets doen in de huishouding, ook wij deden mee met de rage mattenkanten. Toen er een baan vrij kwam op het gemeentehuis, heeft mijn moeder geregeld dat ik daar terecht kon. Ik had daar niet zo heel veel zin in, maar ik mocht het een maand proberen. Uiteindelijk ben ik ruim 13 jaar gebleven, ik heb daar veel geleerd en het was prettig werken, ik heb er nooit spijt van gehad.  Daarna heb ik ook nog een tijdje bij een architectenbureau gewerkt.

In mijn begintijd op het stadhuis heb ik een behoorlijke blunder begaan. Als er mensen kwamen die burgemeester Hamer wilden spreken, moesten ze natuurlijk wachten en ik kondigde dan het bezoek aan. Op een dag kwam het hoofd van de openbare school en wilde de burgemeester spreken. Ik had niet in de gaten, dat ik de deur van  de burgemeesterskamer open had laten staan en burgemeester Hamer was een man die altijd zei wat hij dacht, dus bulderde hij:  ‘Laat die klootzak maar binnenkomen’. De man was natuurlijk nogal verongelijkt en droop weer af. Dat zijn dingen die je niet vergeet. Later kun je er om lachen, maar op dat moment kon ik wel door de grond gaan. Ik heb wel een aantal burgemeesters meegemaakt, o.a. burgemeester Soetendal, dat was een heer, maar hij  kreeg wel veel dingen voor elkaar, daar had ik wel respect voor.

Ben je getrouwd, heb je kinderen, kleinkinderen?

Ja ik ben getrouwd, we hebben drie zonen en acht kleinkinderen. De oudste zoon woont in Zwolle, de tweede in Zwartsluis en de jongste in Utrecht. Mijn man komt uit een gezin met acht kinderen, ze woonden aan de Kaai, iedereen was altijd welkom en het was altijd een gezellige bedoening. Dat mis ik soms wel, dat iedereen gewoon naar binnen komt lopen. Vroeger, toen de jongens ook nog in Genemuiden woonden, kwamen we vaker bij elkaar, samen eten, een borrel nemen, dat was echt heel gezellig.

Doe je aan sport?

Ja zeker, ik ga drie keer per week aquajoggen in het zwembad hier in Genemuiden en dat doe ik al 26 jaar. Ik denk dat ik daarom ook nog redelijk fit ben.

Heb je hobby’s?

Ik hou erg van lezen. Vroeger heb ik ook wel veel geborduurd en gehaakt, maar ook  dat doe ik allemaal niet meer. Ook in de tuin werken vind ik leuk, maar ik heb nu ook iemand die daarbij helpt, want soms wordt het allemaal een beetje veel.

Wie kookt er bij jullie thuis?

Mijn man Albert. Vroeger kookte ik altijd, ik zorgde ook altijd dat z’n brood gesmeerd was ’s morgens en hij zo de deur uit kon. Sinds hij gepensioneerd is zorgt hij voor het eten, doet boodschappen en ook huishoudelijke taken. Ook helpt hij bij het oppassen op de kleinkinderen, want dat is ook soms wel veel.

Wat is je lievelingseten en wat lust je echt niet?

Eigenlijk lust ik alles, ik ben heel makkelijk. Wat ik vroeger niet zo heel lekker vond waren zoute andijvie en snijbonen, maar nu lust ik echt alles. Onlangs heb ik knolselderijsoep gegeten, ik had dat nog nooit gegeten, maar het was verrukkelijk.

Vroeger was het natuurlijk een arme tijd, soms moesten onze ouders  met 10 gulden per week rondkomen, wat niet altijd even makkelijk was. Als je dan boodschappen ging doen en je had niet genoeg geld, dan moest je dat laten opschrijven bij Berend Jan Driessen. In betere tijden kon je de schulden weer aflossen.

Ik gooi ook geen eten weg, dat vind ik heel zonde. Als we wat overhouden, dan proberen we met de restjes de volgende dag nog iets anders te maken. Nee, eten weggooien doe ik nooit.

Drink je liever koffie of thee, bier of wijn?

Koffie, ik ben geen theedrinker. Bier drink ik eigenlijk nooit, maar als het zoals afgelopen zomer zo warm is, dan is bier best lekker, maar dan wel 0,0%. Verder vind ik zoete wijn lekker, maar ook wel andere drankjes hoor, ook hier lust ik alles.

Naar welke muziek luister je graag??

Ik zong zelf vroeger gospel, helaas kan ik niet meer zingen, maar ik vind het nog steeds erg mooi. Ik  luister ook graag naar klassieke muziek. Niet dat ik er bijzonder veel verstand van heb, maar ik vind het gewoon  mooi. Mijn man en ik zijn wel echte ‘nieuwsvreters’ en we luisteren dus  heel veel naar nieuwsprogramma’s, muziek luisteren schiet er wel eens een beetje bij in.

Waar ga je naar toe op vakantie?

Mijn man en ik zijn eigenlijk meer cityhoppers, de laatste keer zijn we naar Malta geweest, ook wel eens naar Ibiza, Rome, Venetië, Parijs, Berlijn, Dresden al die bekende steden. Vroeger deden vrienden van ons campingwerk op de Veluwe en omdat ik destijds geen baan had ging ik in de zomer ook zes tot acht weken camping- en recreatiewerk doen, dat was erg leuk. De kinderen gingen toen wel vaak mee bijvoorbeeld in de herfstvakantie, maar we gingen natuurlijk ook wel eens naar het strand met de jongens.

Wat vind je bijzonder aan de Gaellemunigers?

Ze zijn erg hartelijk en als je hulp nodig hebt, dan krijg je  ook hulp. We hebben dus ook in Hasselt en in Zwartsluis gewoond en daar is het toch anders.

Als je hier hulp nodig hebt, dan wordt er heel snel gezegd, ‘joh, ’t kump wel goed’. Mensen van buiten af denken vaak dat dit zo maar even gezegd word en het een lege frase is.  Maar het is echt zo, als een Gaellemuniger dit zegt, dan komt het ook goed want je wordt altijd geholpen op wat voor manier dan ook.

Wat ik  aan het einde van dit gesprek nog even kwijt wil, is dat ik in mijn leven heel veel heb gedaan en bij al mijn werkzaamheden had ik steun van mensen om mij heen, want je kunt niet alles alleen doen.  Dat is fantastisch, daar heb ik heel veel waardering voor en daar ben ik ook erg dankbaar voor. Dat maakt het leven leuk.

 

Mocht u nu door dit boeiende verhaal van Klasien Hoekman-Fuite geïnspireerd geraakt zijn, er zijn tal van organisaties in Genemuiden die nog op zoek zijn naar vrijwilligers. Kijk ook eens op de site van de gemeente via onderstaande link. 

https://welzijnzwartewaterland.nl/page/view/algemene-informatie-vrijwilligers

https://welzijnzwartewaterland.nl/vacatures

Gepubliceerd op zaterdag 07-12-2019 door Aline Mateboer 3146 keer gelezen.



Weer Gaellemuun:

do 03 dec /
6
vr 04 dec /
6
za 05 dec /
7
www.zwartewaterweer.nl

Advertenties:

Foto van de dag:

Advertenties: